Scylla en Charybdis – Mythische wezens

In de Griekse mythologie waren Scylla en Charybdis een stel monsters die aan tegenovergestelde uiteinden van de Straat van Messina tussen Italië en Sicilië leefden. Scylla was oorspronkelijk een zeenimf die bemind werd door de zeegod Poseidon*. Uit jaloezie vergiftigde Poseidon’s vrouw Amphitrite het water waarin Scylla baadde. Hierdoor veranderde Scylla in een zeskoppig beest met drie rijen scherpe tanden in elke kop. Als schepen haar passeerden, sloeg zij toe en vrat onoplettende zeelieden op. Charybdis was ook een zeenimf en de dochter van Poseidon. Zeus veranderde haar in een gevaarlijke draaikolk aan de overkant van de zeestraat van Scylla. Schepen die door de zeestraat voeren, werden vrijwel zeker door een van de monsters vernietigd.
Scylla en Charybdis waren mythische zeemonsters die door Homerus werden genoemd; de latere Griekse traditie plaatste ze aan weerszijden van de Straat van Messina tussen Sicilië en het Italiaanse vasteland. Scylla werd gerationaliseerd als een rotskust (beschreven als een zeemonster met zes koppen) aan de Italiaanse kant van de zeestraat en Charybdis was een draaikolk voor de kust van Sicilië. Zij werden beschouwd als een gevaar op zee dat dicht genoeg bij elkaar lag om een onontkoombare bedreiging te vormen voor passerende zeelieden; Charybdis vermijden betekende Scylla te dicht naderen en vice versa. Volgens Homerus moest Odysseus bij het passeren van de zeestraat kiezen met welk monster hij de confrontatie aan zou gaan; hij koos ervoor om Scylla te passeren en slechts een paar matrozen te verliezen, in plaats van het risico te lopen zijn hele schip in de draaikolk te verliezen.
Door dergelijke verhalen is het moeten laveren tussen de twee gevaren uiteindelijk in idiomatisch gebruik geraakt. Er is ook een andere equivalente Engelse zeevarende uitdrukking, “Between a rock and a hard place”. De Latijnse regel incidit in scyllam cupiens vitare charybdim (hij loopt op Scylla, in de wens Charybdis te vermijden) was al eerder spreekwoordelijk geworden, met een betekenis die ongeveer hetzelfde is als van de brandpan in het vuur springen. Erasmus vermeldde het als een oud spreekwoord in zijn Adagia, hoewel het vroegst bekende voorbeeld te vinden is in de Alexandreis, een 12e-eeuws Latijns episch gedicht van Walter van Châtillon.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.