Christian VII

Christian VII’s robe

Christian 7th kon zelf niet beslissen wat hij bij zijn kroning in 1767 zou dragen. Sinds de kroning van zijn betovergrootvader Christianus 4 was het een traditie geworden dat nieuwe koningen een speciaal, fijn en duur kroningspak droegen. Het was gemaakt van witte zijde geweven met goud, en gesneden om de stijl van een Spaanse edelman uit de late jaren 1500 te imiteren. Bij de kroningsceremonie trok de koning de roodfluwelen mantel aan, geborduurd met goud en gevoerd met hermelijn, een van de meest exclusieve koninklijke symbolen in heel Europa. De kleding en de mantel behielden hun ouderwetse stijl, net als de ceremonie zelf, gedurende bijna 300 jaar, tot aan de laatste Deense kroning in 1840.Kroningen zijn de meest glorieuze ceremonies in de hiërarchie van de macht. De kleding die de koning droeg, in de tijd vóór televisiecamera’s, droeg ertoe bij dat hij op afstand zichtbaar was. De kroningsgewaden zijn de manifestatie van zijn troonsbestijging, met Gods zegen, en moesten zeer zichtbaar zijn, met lange lengtes van zijdefluweel, glinsterende juwelen, goudbrokaat, watervallen van kant, en fladderende pluimen. De kleding was zwaar, duur, ongemakkelijk en delicaat, waardoor de koning zich langzaam en plechtig moest bewegen.De dagelijkse kleding van een koning in 1767 leek vooral op de nieuwe, modieuze uniformen, zodat zijn kroningskleding – die hij slechts die ene dag droeg – er zeer exotisch uitzag. Zijn korte, rokachtige broek en de getailleerde wambuis waren in 1767 net zo eigenaardig als kniebroeken en kanten cravats dat vandaag de dag voor ons zouden zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.